Het is maar een tas…

Niet zo lang geleden liep ik met vriendinnetje D. in de Primark. Ik was er nog nooit geweest en liep als een klein meisje in de Barbiehoek van de Toys-R-Us door de tassenafdeling. Meteen viel mijn oog op een schattig blauw tasje. Ook D. viel als een blok voor de schattige asscesoire. En zo stonden wij een uur later met tassen vol kleding én het blauwe tasje weer bij de uitgang, trots op onze veroveringen.

Een week later spraken D. en ik af om te gaan drinken in de stad. Ik had behoorlijk haast en eenmaal in de bus zag ik dat D. had geprobeerd te bellen en een bericht had achtergelaten in mijn voicemail. Ik luisterde het bericht af. 'Hai Tijn, ik heb het blauwe tasje mee dus je moet maar even een andere meenemen anders staat het ook zo stom…'. Te laat, ik had mijn blauwe tasje ook om mijn schouder hangen. 'Oh nee…', zuchtte D. toen ik met mijn tas onder mijn arm geklemd aan kwam lopen. 'Nu lijken we echt van die basisschoolvriendinnetjes die alles hetzelfde dragen'.

Bassisschoolvriendinnetjes…. Ik zie het als een compliment. Als basisschoolvriendinnetjes ben je puur en wil je het liefst juist alles met elkaar delen. Dan vind je het juist leuk als de ander dezelfde smaak heeft en laat dat juist zien hoe goed jullie als vriendinnetjes bij elkaar passen. En ook al zijn we nu zo'n vijftien jaar ouder, dan nog vind ik het juist leuk om dezelfde smaak te hebben als mijn vriendin. En meiden die het opvalt dat je eenzelfde tasje draagt als je vriendin en je daarop beoordelen zonder je te kennen, vind ik eigenlijk veel kinderachtiger! Hetzelfde tasje dragen wil nog lang niet zeggen dat de schouder waaraan het gedragen wordt hetzelfde is. De dragers hebben nog altijd een eigen karakter en daar gaat het immers om. Wat kan mij de rest nou schelen… het is maar een tas..! En bovendien, er worden er wel duizenden van verkocht dus we zijn lang niet de enigen die hem dragen, toch?

2 July 2010
By on 11:33
Ik zeg NEE!

Wanneer ik 'vrouwenbladen' opensla, zijn er legio aan artikelen over hoe je kunt zorgen dat je me-time hebt in drukke tijden. Ik vond dat altijd bullshit. Je kunt toch wel gewoon leuke dingen blijven doen als je een drukke baan hebt? Of kinderen? Maar ik ben erachter dat deze artikelen niet voor niets zijn geschreven. Zelfs ik heb moeite met mezelf goed onderhouden tijdens de drukke periode die afstuderen heet.

Gelukkig is alles nu ingeleverd en is het wachten op mijn cijfer. Dus deze week heb ik even de tijd om weer rustig aan te doen en even op adem te komen. En ineens besef ik me dat ik mij van veel te veel heb onthouden. Ok, natuurlijk moet je prioriteiten stellen. Maar ik ging eens nadenken… Ik ben al meer dan een half jaar niet meer naar de kapper geweest, heb al zeker meer dan drie maanden geleden voor het laatst iets gekocht in de categorie 'verzorgingsproducten', mijn houten vloer is inmiddels een pluche tapijt geworden en mijn beenhaar kan ik inmiddels invlechten.

Waarom? Zo moeilijk is het toch niet om jezelf een beetje te verzorgen? Blijkbaar wel. En ik ben dus ook als de dood dat ik later één van de moeders ga worden die ik altijd zo verafschuwde: slonzige vrouwen die hun kinderen leuk kunen kleden, maar zichzelf vergeten. Dus: ik geloof dat ik mijzelf nog een keer heel diep ga storten op alle Flow magazines en andere artikelen. En  voor vandaag heb ik een to-do-list gemaakt: ik ga naar de winkels voor een nieuwe garderobe, ik koop de Douglas en de Etos leeg. Vanmiddag krijgt mijn kamer de grootste schoonmaakbeurt EVER  en sluit ik de dag af met maskertjes en vijftien pakken Veet. Ik zeg NEE tegen verwaarlozing (van mezelf)!

29 May 2010
By on 11:23
Geef mijn portie maar aan Fikkie

Ik heb een hekel aan dates. Vooral eerste dates. En nóg erger: blind dates. Ik heb ze allemaal gehad. Maar mijn eerste blind date, en hoogstwaarschijnlijk ook laatste, is mij het meest bijgebleven. Via internet leerde ik Anton kennen. Een intelligente, niet lelijke knaap aan wie ik via via werd gekoppeld. Na een aantal MSN-sessies hebben we besloten op een regenachtige voorjaarsdag elkaar ook eens ‘live’ te spreken.

Ik had iets leuks aangetrokken en lekker voor de spiegel staan tutten. Niet teveel natuurlijk want opgedoft aankomen is ook niet mijn ding. Beetje mascara, beetje oogschaduw, haren door de stijltang gehaald en okee, ik wilde dan ook nog wel een broek aan trekken waarin ik een beetje gebruik kon maken van mijn kont als ‘handelsmerk’. Vrij zenuwachtig nam ik wat bussen en de trein naar Amsterdam Centraal. Zou ik hem wel herkennen? Ben ik niet te vroeg? Zit mijn haar nog een beetje na die hoosbui?

Gelukkig herkenden we elkaar, was hij ook niet lang na mij op onze afgesproken plek, en moest ik maar gewoon hopen dat mijn haar een sexy ‘wetlook’ had gekregen. Hij wist een prima restaurantje, waar we al kletsend naar toe zijn gelopen. Het klikte prima. Gelukkig zijn we allebei kletskousen dus dat zat wel snor. Tot het voorgerecht leek alles voorspoedig te gaan.

‘Ik heb een sexverslaving’, zei hij nuchter toen ik net een hap van mijn voorgerechtje nam. Ik slurpte de soep zo normaal mogelijk verder van mijn lepel en keek hem aan. Hij lachte. ‘Nouja, ik wil gewoon een vrouw met wie ik het drie keer per dag kan doen’. Ja, Tijn, wat ga je hierop zeggen joh?, dacht ik bij mezelf. Het werd een nietszeggende ‘Okee’. Altijd goed. Maar blijkbaar gaf het aanleiding om verder te gaan met zijn verhaal. Ik durfde hem niet zo goed meer aan te kijken en wilde zeker niet laten lijken dat ik interesse zou hebben in zijn verslaving. Ik moest er zelfs niet aan denken! Terwijl hij vertelde over zijn ex die hij alle hoeken van de kamer had laten zien, beelde ik me in hoe het zou zijn om een relatie met deze jongen te hebben. Dan zou ik bij hem op de bank zitten en een vriendin bellen. ‘Ja, sorry, vanavond gaat alweer niet lukken. Heb nog zoveel te doen’, zou ik zeggen, terwijl ik met een zak ijsklontjes tegen mijn beurse trut drukte. Het viel op dat ik even wegdroomde. ‘Hoef je je soep niet meer?’, vroeg hij nog verbaasd. ‘Nee, laten we maar over gaan op het hoofdgerecht…’, zei ik droog.

Het hoofdgerecht stond voor mijn neus, maar mijn eetlust was al een beetje bedorven. ‘Maarehm, hoe zie jij sex in een relatie?’. Please, laat er nu als-je-blieft iemand tevoorschijn komen die me aanwijst waar de verborgen camera’s hangen..! ‘Nou, gewoon…’, antwoordde ik een beetje ongemakkelijk. ‘Zou jij het niet drie keer per dag willen doen?’ Stilte. Hij bleef me vragend en bloedserieus aankijken.Ik moest wel iets antwoorden. ‘Nou, dagelijks een 3-gangen diner spreekt me iets meer aan’. Beetje flauw, maar ja. Vreemd genoeg moest hij erom lachen. ‘Ik ben even naar het toilet’, onderbrak ik zijn schunnige lachje. Kon mij het schelen dat het onbeschoft is om dat tijdens het hoofdgerecht te doen. Terwijl ik om de tafel draaide zag ik dat hij naar mijn achterste rondingen keek, met een knipoog er achteraan. Dat was dus net weer niet de bedoeling…

In het piepkleine toilet en met mijn broek op mijn hielen probeerde ik te bedenken hoe ik deze date zo snel mogelijk kon afkappen. Maar het lukte niet. Ik besefte dat het nog even uitzitten was tot na het hoofdgerecht. Daarna zo snel mogelijk de rekening betalen en terug naar het station. Met een laatste beetje moed liep ik terug naar ons tafeltje. Wederom een knipoog. Wederom een flauw lachje terug. Inmiddels was hij al bijna klaar met zijn hoofdgerecht. Ik presteerde het om nog een paar happen te nemen. ‘Sorry hoor, ik zit echt vol’, loog ik. ‘Ook geen ruimte meer voor een toetje?’, vroeg hij heel attent. ‘Nee, dank je’. ‘Thee dan maar?’ ‘Nee, hoeft niet. Zit ook nog vol van de cola’. ‘Jeetje, jij kan ook niks hebben’. ‘Klopt’, loog ik wederom. Was de hint al duidelijk? Aan zijn reactie te zien niet, maar gelukkig stonden we al gauw buiten. ‘Ik moet mijn trein halen, zullen we weer richting Centraal?’, vroeg ik voorzichtig. Hij haalde zijn schouders op. ‘Wat jij wil…’, zei hij een beetje teleurgesteld. ‘Okee’.

We stonden voor het zebrapad te wachten tot het stoplicht aan de overkant op groen zou springen. Waarom duurt het juist nu zo lang? Verdomme. Hé, groen licht. Ik voelde een tik op mijn rechter bil. Ik keek opzij. Deed hij dat nou echt? Hij lachte. ‘Lopen maar’, knipoogte hij. Ik werd sjachrijnig. Hier ben ik dus helemaal niet van gedient. Ik nam flinke stappen, hield mijn hoofd naar beneden en wilde hem even zo min mogelijk zien en spreken. Voor het centraal stonden we nog even stil. ‘Bedankt’, zei ik een beetje nors. ‘Jij ook, schoonheid’, en hij pakte me bij mijn middel. Toen hij zijn hoofd naar me toe boog, hees ik snel mijn arm omhoog en trok mijn mouw naar achteren. Overdreven keek ik op mijn horloge. ‘Ik moet rennen. Ik spreek je nog wel’. En ik sjeesde het station in. Mijn trein ging nog lang niet. Ik moest dus een half uur wachten en hopen dat ik hem niet meer zou tegenkomen. Gelukkig liep hij de kant van de metro op.

Ik keek om me heen, in de hoop dat ik een leuke winkel zou zien om me nog even te vermaken. Maar mijn ietwat hongerige buik besloot iets anders: een vette snack halen. In een beetje vies tentje in de stationshal zat ik onderuitgezakt met één hand mijn beste vriendin te sms’en, en met mijn andere hand een kroketje weg te werken. Ik droomde een beetje weg. Het verhaal dat ik in mijn hoofd had tijdens de date, kreeg een vervolg: Ik had de telefoon weer opgehangen en werd geconfronteerd met een tentvormig verschijnsel in de broek van Anton, die inmiddels weer voor mij is gaan staan. Hij pakt mijn been en tilt het omhoog. Ik hoor hoe de ijsklontjes kraken als hij mijn voet naar zich toe trekt en aan mijn tenen begint te sabbelen. Gatverdamme, een feet fetisj… Ik schrok op van mijn eigen gedachte. Alsof iedereen mijn gedachten kon lezen, liep ik met een rood hoofd en weggedoken in mijn sjaal de toko uit. Terwijl ik richting het perron loop en mijn kroketje verder op eet, voel ik ineens een grote hand op mijn schouder. ‘Moest jij je trein niet halen?’, hoor ik Anton’s stem zeggen. ‘Uhuh’, mompel ik met een volle mond, terwijl hij naar het laatste restje kroket in mijn hand keek. Beledigd draaide hij zich om. En al kauwende op mijn laatste beetje kroket was ik blij dat ik mijn 3-gangen toch nog een beetje had afgerond. Hopelijk voor Anton heeft hij die avond op zijn manier nog zijn ‘portie’ gekregen. De rode ramen waren immers maar een paar blokken verder… 

22 April 2010
By on 11:31
Een warme dag

Vandaag was weer zo’n dag. Dan lijkt alles waar je gelukkig van kan worden er ineens niet meer toe te doen. Toen ik mijn bed uit liep was ik misselijk. Ik herkende het gevoel. Het was niet gewoon misselijk, zoals bij een griepje. Nee, het was anders. En het ging gepaard met een versnelde hartslag en het zorgde ervoor dat ik geen hap door mijn keel kon krijgen. Zenuwen, stress…

Ik was op tijd vertrokken, zodat ik mijn scriptie, voor zover hij af is, nog kon printen op school. Ondanks de druk in mijn lijf voelde het heerlijk om in de warmte van de zon te lopen. Ik was blij dat het weer warm genoeg was om mijn zomerjas aan te trekken. Alles was netjes op tijd klaar. Ik wist in mijn achterhoofd dat het nog niet helemaal was zoals het zou moeten. Ik probeerde het niet te negatief in te zien want de vorige keer zei mijn docente immers dat het de goede kant op ging. Nu, een paar weken later, zou ze er opnieuw een blik op werpen. We liepen een kamertje in. Ze was niet zo enthousiast als de vorige keren. Was het omdat ze geirriteerd was dat het mis was gegaan met het reserveren van het kamertje waar we even daarvoor hadden gestaan en het bezet bleek te zijn? Het werd me al gauw duidelijk toen ze ging zitten, mij aankeek en even diep zuchtte. Op zo’n moment weet je dat woorden niets meer uitmaken. De zucht zei genoeg. Ze had het niet eens hoeven uitspreken, maar ze deed het toch: als ik zo door zou gaan is het een waardeloos stuk. Ik keek naar mijn stapeltje papier, mijn scriptie, mijn elf weken typwerk. Ik hield me groot en probeerde mijn docente zo min mogelijk aan te kijken, uit angst dat ze zou zien dat ik vocht tegen mijn tranen.

Ik gaf haar de hand en bedankte. Bedankte haar voor de feedback, maar daarmee ook de woorden die mij geraakt hebben. Ik ben altijd al een perfectionist geweest. En geloof mij; dat is het ergste wat er is. Dat gaat verder dan ‘gewoon’ onzeker zijn. Het is onzeker zijn. Streng zijn voor jezelf. En een diepe teleurstelling wanneer je jezelf hebt aangepakt en het resultaat uitblijft. Met deze gedachten liep ik de kantine in. Eerstejaars studenten dartelden om mij heen. Lucky basterds, dacht ik. Maar ik troostte mijzelf met de gedachte dat zij over drie jaar misschien ook met een broodje in hun hand zouden staan en weten dat ze het van ellende niet naar binnen gewerkt krijgen. Eenmaal bij de kassa bleek dat je tegenwoordig alleen maar mag chippen. Great… Daarvoor moest ik dus eerst terug naar een oplaadpunt. En jawel, pas bleek ‘onbruikbaar’. Onbruikbaar?!  Yup, hij accepteerde mijn pas niet. Het kon me niet schelen dat de hele rij achter mij kon zien hoe ik tevergeefs mijn pasje in de gleuf stond te rammen en de toetsen bijna door het metalen plaatje heb geprobeerd te drukken. Ik liep met een keiharde ‘Godverdomme, tyfusding’… Het kon me niet meer schelen. Gelukkig was een klasgenootje zo lief om haar chippas aan me uit te lenen. Dat dan weer wel op deze dag.

In de bus dacht ik na. Van alle studenten ben ik de enige die het niet heeft gesnapt. Ik heb het totaal anders aangepakt. En ik weet ook dondersgoed waarom. Ik kan niet ‘schakelen’, zoals ik dat zelf noem. Ik zie geen verbanden, geen logica. Altijd al gehad, en zal dat misschien ook wel altijd houden. Nee, ik heb niet door wanneer je A onderzoekt, dat je B ook moet onderzoeken. Nee, ik zie geen verband tussen theorie, áls ik het uberhaupt onthouden heb. Ik ben gewoon geen onderzoeker. En ik voel me dom. Iedereen heeft het door. Ik voelde me waardeloos. Te slecht voor HBO.

En daar zat ik dan, in een bloedheet kamertje bij een goedlopend reclamebureau. De man met wie ik een interview had kwam vrolijk het kamertje in. Ik wist meteen dat ik iemand voor me had die het ‘snapte’. Zichzelf, zijn bedrijf, de wereld, de mensen… Ik wist dat ik een beetje aan het overdrijven was toen ik dat dacht, maar ik keek naar hem op. Toen ik de voicerecorder startte en mijn interview begon, voelde ik al dat ik rood aan liep. Yeah, lekker professioneel, Tijn… Ik begon met vragen en hij gaf op zijn beurt netjes antwoord. Soms merkte ik zelfs dat hij de antwoorden zo draaide dat hij mij juist de gelegenheid wilde geven door te vragen. En dan wist ik niets meer. Ik kwam niet goed uit mijn woorden, ik stamelde. Of ik vergat halverwege mijn zin wat ik ook al weer wilde vragen.

Wat een waardeloze dag, voor een waardeloos figuur. Dat was wat ik dacht nadat ik met een diepe zucht het pand verliet. Onderweg over het industrieterrein luisterde ik nog een deel van het gesprek af op de recorder om zeker te weten dat het goed was opgenomen. Na 1min04 klikte ik al op ‘stop’ omdat ik me irriteerde aan mijn eigen inhoudloze reacties: ‘hmmm’ en ‘jaja’ en ‘okee’ en ‘ja, duidelijk’.  Shit, Tijn, waar zijn ineens je babbels gebleven? Waar is ineens die zelfverzekerde Tijne van tijdens het uitgaan, en dan zelfs zonder alcohol op.

Mijn moeder hoefde me alleen maar aan te kijken toen ik via de achterdeur de huiskamer in liep, of ik begon al te janken als een klein kind. Wat ik de hele dag in heb zitten houden kwam eruit. En ik vond het heerlijk dat ik voor het eerst sinds tijden gewoon in de armen van mijn moeder mocht huilen. Dat het haar niet uitmaakte dat haar witte blouse onder de zwarte mascaravlekken zaten. Dat ik zo’n rare bek trek als ik moet huilen, met zo’n raar omhoog getrokken bovenlip. Dat ik me voor het eerst sinds tijden weer mocht laten troosten door mijn moeder die dan op haar manier over mijn rug kan wrijven. Dat ik naar haar lieve woorden mag luisteren die het probleem niet oplossen maar in ieder geval kunnen verzachten. En dan ineens besef ik me dat ik voor mijn gevoel niet heel veel in me heb, maar wel bij me. En dat is de warmte van mijn moeder die de dag voor even weer goed kan maken.

15 April 2010
By on 21:28
Even tussendoor…

Dit soort blogbericht is niet zoals van mij gewend is, maar ik doe het toch!

Bij deze wil ik iedereen die mijn blog met mijn ochtendritueel heeft gelezen, laten weten dat ik daarmee de troostprijs heb gewonnen van de weblogwedstrijd. Ik mag dus binnenkort gaan genieten van een heerlijk HERO-fuitontbijt-pakket. Dat is natuurlijk nooit weg!

Binnenkort weer een nieuwe belevenis, blunder, of ander verhaal!

Liefs,

Tijne

En PS. Serieuze plannen aan het maken voor het schrijven van mijn eerste boek….

12 March 2010
By on 13:46
Losse handjes

‘Mam, nu ik acht jaar ben, mag ik wel bij Nannie logeren he’, vroeg ik poeslief. ‘Nou, vooruit dan maar’, lacht mam. Ik begin te juichen en fiets meteen naar Nannie om het goede nieuws te vertellen. Ook de moeder van Nannie vind het goed. Nannie zelf reageerde een beetje koel, maar dat kwam vast omdat ze weer moe was. Dat was Nannie altijd. Een uur later stond ik met al mijn logeerspullen op de stoep. We mochten patat halen en tot laat opblijven. Maar na GTST moesten we toch echt naar bed. Ik viel als een blok in slaap. Totdat ik wakker werd van geschreeuw en gegooi met de deuren. ‘Arnold, alsjeblieft’, hoorde ik Nannie’s moeder schreeuwen. De deur naar de trap ging open en klapte tegen de muur. ‘Tijn, kom naast me liggen, snel!’, siste Nannie vanuit haar hoogslaper. Ik hoorde hoe Nannie’s vader de trap op rende en de deur van de slaapkamer ernaast open smeet. ‘Vuil kutkind dat je bent. Je hebt je spullen weer niet opgeruimd’. Ik ging naast Nannie liggen en voelde hoe ze bibberde. ‘Laat hem los, Arnold!’ Ik hoorde de wanhoop van Nannie’s moeder in haar stem terwijl Nannie’s broertje harder begon te huilen met iedere klap die hij kreeg. Nannie lag zachtjes naast me te huilen. ‘Het spijt me zo erg Tijne, heel erg’, snikte ze. We pakken elkaars hand vast die slap voelden van angst, bijna alsof ze los zaten, aan een zijden draadje hingen.

Het is drie uur ‘s nachts als de deurbel gaat. Ik hoor hoe pap mopperend zijn bed uit komt. Ik ren van de zolder naar beneden. ‘Laat mij maar’, zeg ik als ik pap op de gang tegenkom. ‘Het is middenin de nacht, jij gaat helemaal niets doen’. ‘Pap, het is vast Nannie!’. Pap zegt niets meer en loopt voor de zekerheid op een afstandje mee naar de voordeur. Door het raam zie ik de schaduw van Nannie, met een tas en haar scooterhelm in haar hand. Bibberend draai ik de deur van het slot en doe de deur met een ruk open. Nannie is buiten adem en valt huilend in mijn armen. Zo blijven we vijf minuten staan. ‘Kom maar binnen’, fluister ik. Als Nannie bij me in bed kruipt, moet ik denken aan de eerste keer dat ik bij haar logeerde. Ik pak haar hand en wrijf erover. Haar hand voelde precies zoals die keer dat ik bij haar logeerde. Koud, slap, zacht, los.

Ik zie ik dat de tranen in Nannie’s ogen schieten als ze als finishing touch het gordijn heeft opgehangen. ‘Hier heb ik zo lang op gewacht. Ik ben zo blij, Tijn, eindelijk…’. Ik knuffel haar en zeg dat ze het heeft verdient. ‘Blijf je alsjeblieft slapen?’, snottert ze bijna onverstaanbaar met haar mond tegen mijn vest gedrukt. Ik knik. ‘Tuurlijk’, zeg ik met een brok in mijn keel. We doen alle lichten uit en kruipen in bed, Nannie’s nieuwe bed. We liggen allebei op ons rug. ‘Zestien jaar geleden deden we dit ook al, en nu liggen we gewoon in je eigen huisje’, glimlach ik. Het is donker, maar ik merk dat Nannie ook glimlacht. Ze kruipt tegen me aan en we pakken elkaars handen stevig vast. Nooit meer losse handjes.

26 February 2010
By on 16:20
Bushokjeskunst

Vrouwen die bezopen zijn en kotsen, die kots ik uit. Ik vind het wel zo’n genante vertoning als vrouwen over allerlei obstakels op hun weg naar huis (of zelfs nog in de kroeg) hangen en hun drank net zo hard eruit gooien als dat het erin is gegaan. Ik heb mijzelf altijd afgezworen zulk gedrag ooit zelf te vertonen.

Maar helaas, ook ik heb eens verloren van de drank. Het was op een warme zomeravond. Vriendin Roxanne en ik besloten alvast een lekker wijntje weg te nippen voordat wij op pad zouden gaan naar Amsterdam. We hadden de dikste lol en terwijl we de laatste roddels besproken dronken we ongemerkt een hele fles wijn leeg. Toen ik opstond om mijn jas te gaan halen, merkte ik al dat de wijn aardig was ingeslagen. De lol werd er echter niet minder om, in tegendeel. Eenmaal in Amsterdam leek het alweer aardig te zijn gezakt, maar de jolige stemmig bleef.

Roxanne en ik belandden in het Cooldowncafé. Daar zat de stemming er al goed in. Ook wij deden vrolijk mee met het hossen en meebrullen op héééééééé-hóóóóóóó-nummers. Helaas bleek de barman niet zo hos-bestendig. Toen hij met een dienblad vol drank voorbij liep, liet hij wijn over het nieuwe jurkje van Roxanne vallen. ‘Dat wordt dan de rest van de avond gratis drank’, zei ze pittig. ‘Vooruit’, gaf de barman nog toe ook. De drank bleef maar voorbij komen. Ik kon er niet tegenop en dus liet ik het soms staan. Maar helaas mocht dat niet baten want ineens voelde ik hoe mijn laatste shotje insloeg als een bom…

Verdomme, zei ik tegen mezelf. Want eerdere ervaring, jaren terug, wees uit dat een bezopen Tijne en het openbaar vervoer niet hand in hand gaan. Maar er was geen andere methode om die nacht terug naar huis te gaan. Eenmaal in de bus voelde ik de eerste misselijkheid boven komen. ‘Rox, ik voel me niet goed hoor…’, zei ik zachtjes. Rox hoorde me niet want die was met haar eveneens lamme gelaat de passagiers voor ons aan het pesten door op de schouders te tikken en snel weg te duiken. Ze had dikke schik in en met zichzelf. ‘Rox, luister je?’, zei ik wat harder. ‘Huh?’, zei ze verdwaasd. ‘Ik ben niet lekker’, zei ik nogmaals. ‘Nou inderdaad, je ziet eruit als een oud veenlijk’. Thanks, Rox…

Halverwege de rit sprongen er nog een aantal jongens de bus in. ‘Heeeeeeeeee Maartuuuuuh’, hoorde ik Rox naast me brullen. Ik was bijna nuchter genoeg om te beseffen dat ik me voor haar zou moeten schamen. Maarten, die ik overigens niet kende, zwaaide terug en kwam met zijn vrienden naast ons zitten. Ook zij hadden blijkbaar de gele rakkers niet laten staan. De hele weg hebben ze over koetjes en kalfjes zitten ouwehoeren.Ik trok ondertussen steeds witter weg, probeerde zo min mogelijk te zeggen en hield mijn ogen op het hoofdsteuntje gefocust. ‘Gezellige vriendin heb je, Rox’, riep één van de vrienden nog die voor mij zat. Ik had willen reageren maar wist dat hij daarbij tevens een veel te warme nek zou krijgen. Gelukkig was onze halte al in zicht.

Ik wachtte tot de bus precies stil zou staan. Op het moment dat de deuren open schoven, rende ik naar buiten. Maar het was al te laat. Ik liet een spoor van kots achter mij. Roxanne lag helemaal gevouwen. ‘Wooohahahaha, Tijne loopt de brokken tegen het bushokje!’ Ze moest zelfs op de grond zitten om niet om te vallen van het lachen. Ik keek nog opzij hoe de bus wegreed en hoe Maarten en zijn vrienden uit het raampje naar me zwaaiden en vieze gezichten trokken. Ik voelde hoe een rode flugel- bessenjenever- en wijnmassa mijn lichaam werd uitgewerkt. ‘Wooohahahahaha, het lijkt wel een smoothie’, gierde Rox. ‘Het spoelt tenminste beter weg dan graffiti’, grapte ik nog.

Ik opende de deur voor mijn beste vriend Dennis. ‘Ben je klaar?’, vroeg hij. ‘Yes! We kunnen gaan’. Dennis had mij uitgenodigd om mee te gaan met een personeelsuitje van zijn werk. Eenmaal voor het betreffende restaurant stonden alle collega’s van Dennis al te wachten. Zoals gewoonlijk was Dennis weer aan de late kant. We liepen naar de groep en ik stelde mij netjes aan iedereen voor. Zo ook gaf ik een hand aan een vrij jonge knul. ‘Hé, jij bent toch een vriendin van Roxanne?’, zei hij. ‘Ja, dat klopt. Hoe weet jij dat eigenlijk?’, vroeg ik verbaasd en verrast. ‘Nou, dan was jij volgens mij dat meisje die tegen het bushokje aan stond te kotsen met je bezopen harses’. Het schaamrood stond me op de kaken. ‘Ja, doe ik anders ook nooit hoor, ik ben helemaal niet zo’n zuiperd’. ‘Hahaha, nee, nee’, riep een collega uit de groep. Die avond hield ik het bij appelsap en thee. Enchanté! 

9 February 2010
By on 14:15
Iedere ochtend hetzelfde liedje

Hieronder de blog voor de actie van Hero Fruitontbijt. Prijs: een reischeque t.w.v. 500 euro! Die kan ik goed gebruiken als ik volgend jaar een jaar ga touren door Europa! Lezers van mijn blog, let op! Dit is de tweede post vandaag -wat niet vaak voorkomt-, dus bij deze een attentie dat je de andere niet vergeet te lezen! *knipoog!*

Langzaam open ik mijn ogen. Naast mij klinkt, zoals iedere morgen, een relaxte Titanic-tune uit mijn mobiel. Ik druk de wekker uit en probeer te wennen aan het licht dat tussen de kiertjes van mijn lamellen door mijn kamer in schijnt. Als ik mijn benen langzaam naast mijn bed laat zakken, staan mijn sloffen al klaar om mijn voeten te ontvangen. En warm te houden. Want het is weer koud in mijn kamer, ijskoud. Als een oud vrouwtje lift ik mezelf uit bed en wandel ik in slow motion de trap af. Koffie. Sterke koffie. Dat is wat er iedere ochtend als eerste door mijn hoofd heen gaat.

‘Moghuh’, hoor ik mijn schorre stem zeggen. ‘Hmm’, mompelt mijn zus-met-ochtendhumeur vanaf de bank. Ik wil het het koffiezetapparaat aanzetten. ‘Verdomme… zorg nou eens dat je een nieuw zakje pads klaarlegt als die andere op zijn’, mompel ik naar mijn zus die net een slok neemt uit haar dampende koffiemok. Zij wel… Ik wrijf in mijn nog opgezette ogen en pak een nieuw zakje pads uit de lade. Okee, misschien ben ik niet de enige met een slechte ochtend-mood. Als het apparaat pruttelt, loop ik automatisch door naar de fuitschaal. Appeldag, besluit ik als ik in de fruitschaal verder alleen maar bruine bananen zie liggen.

‘Schuif eens op’, vraag ik mijn zus beleefd en in de hoop dat ze vandaag haar donderwolk niet boven mijn hoofd laat uitwaaien. ‘Ga dan lekker ergens anders zitten’, krijg ik terug. Zucht… Daar begint het alweer. ‘Ik ben vandaag zo vrolijk, zo vrolijk, zo vrolijk’, zing ik zacht. ‘Koter dat je bent. Het is ook iedere dag hetzelfde liedje’, zegt ze kattig. Ik lach om de dubbelzinnigheid van haar woorden. Ik zie dat zij stiekem ook wil lachen, maar zich niet wil laten kennen. We turen vervolgens doodstil naar het ochtendjournaal. Tijd om te douchen’, besluit ik als de presentator mij een goede morgen heeft gewenst. ‘Moet je doen’.

Ik zet de douche aan en laat het warme water over mijn lange blonde haren vallen. Mam is inmiddels ook wakker en komt de badkamer binnen met slaapstrepen op haar gezicht. ‘Looking good!’, grap ik met een zwoele stem. Ze schud haar hoofd. ‘Kijk eens’, zeg ik. Mam komt voor de beslagen douchecabine staan. Met mijn vinger ga ik langs het glas. ‘De maan is rond, de maan is rond’, zing ik terwijl ik cirkels teken. ‘Hij heeft twee ogen, een neus en een…?’. ‘Mond’, zegt ze bijna onverstaanbaar door het watergeketter heen. ‘Fout, een kont!’. En ik druk mijn billen onder de tekening. ‘Hoe verzin je het toch weer op de vroege morgen?’, glimlacht ze slaperig. ‘Geen idee. Maar gelukkig is er toch nog iemand die een beetje om me kan lachen vandaag’.

Ik ruik verbrand haar. Het is tijd voor een nieuwe fohn, bedenk ik me voor de zoveelste keer. Maar mijn haar is droog. Nog even een zooi plamuur tegen mijn gezicht, mascara op, een borstel door mijn haar en mond en anti-stink onder mijn armen. Ready to go! Oh wacht, welke tas zal ik vandaag gebruiken? De paarse maar. Staat leuk bij m’n nieuwe lila vestje. Sokken, die moet ik ook nog even hebben. Ik loop naar het sokkenmandje in de gang. Nee hè, alweer alleen maar enkele sokken. Dan maar een grijze en een zwarte aan. Hoe laat is het eigenlijk? Shit, nog tien minuten! Ik race door het huis heen en pluk onderweg naar beneden hier en daar de nodige spullen mee.

Ik heb mijn jas aan en ben bezig met het strikken van mijn schoenveters. Mijn zus komt net natte haren de huiskamer in. ‘Schuif eens op’, zegt ze. ‘Ga dan lekker ergens anders zitten’, zeg ik kinderachtig terug. Ze kijkt me nijdig aan. ‘Grapje hoor’, zeg ik, ‘hou je nog van me?’. ‘Nee, nu niet meer’, lacht ze en ze geeft me een dikke kus. ‘Ik ook van jou, vrolijkerd’. Ik grits in mijn zak. ‘Nee hè, waar zijn mijn sleutels nou weer?’ Ik stamp naar boven toe in de hoop dat ze nog in mijn andere tas zitten. ‘Doe nou eens zachtjes. Je bent geen olifant…’, moppert pap vanuit zijn slaapkamer. ‘Ja, ik heb ha-aast!’, brul ik. ‘Het zal ook eens niet zo zijn…’, hoor ik pap in de verte nog zeggen. Gelukkig, ze liggen nog in mijn andere tas. En ik storm weer naar beneden. ‘Ooooh, ik ben te laat!’, roep ik in het niets.

Fisse lucht in mijn longen. Met grote passen loop ik naar de bushalte. Als ik halverwege ben, zie ik in de verte de bus al aan komen rijden. Ik zet het op een rennen. Mijn tas bonkt tegen mijn heup en ik krijg tranen in mijn ogen van de wind. Net als ik de straat oversteek, staat de bus al bij de halte stil. Ik zwaai naar de chauffeur, maar hij ziet me niet. En zo zie ik hoe de deuren sluiten en de bus zijn weg vervolgt. Zonder mij. Het zal ook eens niet zo zijn en ik doe mijn tas open om mijn mobiel tussen de pennen, notitieboekjes en tampons te zoeken. ‘Hoi met Tijne. Ja, het is weer zover. Schenk maar een kopje minder in bij de eerste ronde. Ja, klopt, tot over een half uur. Doeidoei!’. Ik staar naar de grond. ‘Goedemorgen Tijn. Ik zag je rennen, heb je hem nou alweer gemist?’, hoor ik ineens achter me. Het is meneer Put die ik vrijwel iedere morgen tref als hij in alle vroegte zijn hondje uitlaat. Ik glimlach. ‘Tja, iedere ochtend hetzelfde liedje’. En terwijl ik hem nazwaai zet mijn MP3-speler aan.

4 February 2010
By on 22:10
Paddestoelentest uit een krabsaladebakje

Ik was zeventien en met Anna op vakantie in Lloret de Mar. Onze eerste BZN-vakantie, grapten we. Oftewel: Bakken, Zuipen, Neuken. Nouja, dat neuken zouden we weglaten. Totaal niet ons ding om zomaar met iemand het bed in te duiken. Dat we met twee leuke jongens uit het appartement zoenden, vonden we al helemaal prachtig. Zo ook gingen we een avond met hen op stap. Helaas waren Anna en ik rond twee uur al aardig kapot van al het feesten. De jongens boden aan ons naar het appartement te brengen. Johan, de lover van Anna, had nog wel zin om over het strand te lopen. Dat zag ik niet zitten zo zitten. ‘Ik heb al blaren van mijn schoenen, dat wordt niks. Gaan jullie maar met z’n tweetjes, dan lopen Jeroen en ik vast door naar het appartement’, zei ik. Daar aangekomen besloten Jeroen en ik nog een drankje te drinken. Van het een kwam het ander en zo had ik voor het eerst in mijn leven seks met een ‘onbekende’. Ik was er altijd fel tegen, maar die avond voelde het goed. Met hem en in mijn slaapkamer. Helaas liep de fantastische nacht toch iets anders af dan verwacht.

Eenmaal thuis belde ik meteen voor een afspraak bij de dokter. Ik moest het sneaky doen want ik wilde niet dat mijn ouders het te weten zouden komen. ‘Zo mevrouw, vertelt u eens…’, zei de dokter. Gelukkig is mijn dokter een toffe peer en viel het wel mee mijn verhaal te doen. ‘Nou, ehm, ik was op vakantie…’ ‘Een soa-test?’, onderbrak hij. ‘Yup..’. ‘Onveilige seks gehad in een dronken bui, jongedame?’, knipoogte hij. Ik kon het van hem hebben. ‘Nee, dat gelukkig niet. Maar helaas bleek z’n regenjas niet waterdicht’. Hij lachte even, met zijn zware stem. Vervolgens ging hij op serieuze toon verder. ‘Ja, dat kan ook nog. Nou, hier een formulier voor onderzoek. En je moet zelf in een potje plassen om in te leveren. Kijk maar even wat je in huis hebt, als het maar schoon is’.

Thuis had ik alles doorzocht, maar ik kon geen potje vinden. Gelukkig had mijn moeder nog een verzameling tupperware-bakjes en andere bewaar-troep. Maar bleek niets lekbestendig te zijn. Uiteindelijk zat er toch niets anders op dan met een krabsaladebakje, gehuld in een Blokker-tasje, in mijn handtas naar het lab te gaan. Ik trok braaf mijn nummertje in de grote wachtkamer en verdiepte mij in de Story die daar uitgestald lag op een tafel. ‘Nummer zevenendertig?’, hoorde ik een vrouwenstem zeggen. Ik keek op en zag hoe de tante van mijn ex in de deuropening stond. Het zweet brak me uit en ik voelde hoe mijn hoofd rood werd. Voorzichtig stak ik mijn hand op. ‘Dat ben ik…’

‘Kom binnen, leuk je weer te zien. Heb je een formulier?’, vroeg ze. ‘Aha, HIV en andere geslachtsziekten wil je laten testen. Ga maar zitten, dan neem ik even bloed van je af’. Ik knikte braaf, maar wist niet wat ik moest zeggen. Toen ik de buisjes bloed voorbij zag komen en mijn mouw weer over mijn arm mocht trekken, wist ik dat ze zou vragen naar mijn urine. ‘Je had een potje bij je?’. ‘Ja, zal het even pakken.’ Bij het opentrekken van de rits kwam er een onaangename geur naar boven. Shit, het bakje was onderweg toch ondersteboven gegaan! En tot overmaat van ramp had het randje van het bakje een gat gemaakt in de Blokker-tas. ‘Uhm.. hij heeft een beetje gelekt’, zei ik terwijl mijn hart bijna mijn borstkas uit bonkte. Tante Betty keek over het randje van haar bril mijn tas in. ‘Loop maar even mee naar het keukentje’, zei ze, en nam de tas over. Ik zag hoe ze met haar witte handschoentjes het krabsaladebakje uit mijn tas viste, waar nog maar een klein beetje van mijn ochtendwater in zat. Mijn tas kieperde ze om boven de gootsteen en ik hoorde hoe mijn pies tegen de stalen rand aan kletterde. ‘Hier kunnen we denk ik nog wel wat mee’, zei ze terwijl ze het bakje omhoog hield en de inhoud nauwkeurig bekeek. ‘Alsjeblieft, je tas’, zei ze met een beetje flauwe glimlach. ‘De uitslag van de test kun je opvragen bij de dokter’. ‘Bedankt’, zei ik ongemakkelijk. Zo gauw ik kon ritste ik mijn tas dicht en maakte ik dat ik wegkwam. Onderweg naar huis trok ik de pleister van mijn arm en mikte ik mijn handtas in een vuilnisbak in het park.

‘Waar was je eigenlijk heen?’, vroeg mam toen ik binnenkwam. ‘Eventjes wat wat afgeven op mijn werk’, loog ik. We dronken een kopje thee en kletsten nog wat over de vakantie. Angstvallig hield ik mijn arm zoveel mogelijk gesloten. Het was nog steeds zomer en een t-shirt met lange mouwen zou juist verdacht zijn geweest. Toch was er een zeker moment dat ik het even vergat en met mijn ‘prikarm’ mijn kopje thee van de tafel pakte. Mijn moeder viel stil in haar verhaal en tuurde naar mijn arm. ‘Heb je soms bloed laten prikken? Er zit zo’n plekje’. Shit, shit, shit… wat moest ik zeggen? ‘Nou, ik gaf dus wat af bij de kassa van een collega en toen prikte ik me aan de prikker waar de cadeaubonnen aan vast zitten’. Wat een kutsmoes, dacht ik nog. Mijn moeder keek mij ook nog even verontwaardigd aan en ik zag de twijfel in haar ogen. ‘Ja, die dingen zijn heel scherp, hoor, ik prik me er wel vaker aan’, loog ik opnieuw. ‘Oh, nou, als je niet beter zou weten had ik gezegd dat het van een naald kwam..’. En ze vervolgde haar verhaal. Ik was opgelucht dat ze mijn verhaal dus blijkbaar geloofde. En ook blij toen ik een week later hoorde dat ik geen paddestoelen op mijn trut bleek te hebben.

Het jaar erop ging ik naar Kreta. Bij het vliegveld nam ik afscheid van mijn ouders en zusje. Mams gaf ik een dikke knuffel. ‘Ik heb nog een cadeautje in je koffer gedaan. Voor de zekerheid’, fluisterde ze nog snel in mijn oor. De hele vlucht dacht ik na wat het zou kunnen zijn. Ik verwachtte eigenlijk iets onbenulligs, dat deed ze wel vaker. Bijvoorbeeld waterschoentjes zodat je je voeten niet open zou halen aan de ruwe zeebodem. Eenmaal op mijn vakantiebestemming trok ik mijn koffer open, opzoek naar een pakje. Ik kon niets vinden en besloot later nog wel eens verder te zoeken want ik zou meteen naar het zwembad gaan. Ik trok mijn badlaken onderuit de koffer en sloeg hem uit. Terwijl ik dat deed, hoorde ik iets vallen. Ik keek opzij en zag een blauw doosje op de grond liggen, bedrukt met het woord Durex. Maar voor mij dat jaar geen lekkende krabsaladebakjes en soatesten bij Tante Betty meer!

2 February 2010
By on 21:07
Poep is vies

Ook Prinses Maxima zal wel eens een lekkere zure scheet laten als ze ‘s nachts lekker tegen met haar derriere tegen de dijbeen van Lex aan ligt, die op zijn beurt de volgende ochtend lekker zit te kleien met een krantje in de hand.

Een grote boodschap doen blijft altijd een beetje genant. En dan met name op een wc die niet in je eigen huis staat. Bijvoorbeeld op het werk. Opeens voel je dat je moet, en nodig ook. Je vraagt je collega even je taken over te nemen en met versnelde pas loop je naar de personeelstoiletten. Net als je je billetjes op de wc-bril hebt laten landen, gaat de deur van het toilet naast je open. Je wordt een heel klein beetje nerveus. Stel dat je collega je geplons hoort… Nog voordat de lading gelost wordt, pak je minimaal twintig vellen wc-papier die onhandig als een dekentje op het water komen te liggen. Naast je is je collega lekker aan het wateren. Zie je wel, die maakt zich ook niet druk om de natuurgeluiden. Je besluit dus maar te ontspannen en te vertrouwen op je zojuist gecreeerde geluidsdemper.

Net als je halverwege bent, gaat wordt de deurkruk omlaag getrokken. ‘Bezet!’, roep je. ‘Okee!’, hoor je de stem van die ene leuke collega zeggen. En ook bij de buurman zit de deur nog op slot, komt hij achter. Hij bonkt op de deur. ‘Schiet eens op joh, zit je te kakken ofzo?’, grapt hij. Maar zo grappig is het niet. Je voelt je min of meer gedwongen om op te schieten en dus zet je er een beetje druk achter. Maar net iets teveel, met een flinke galmende scheet als gevolg. Je collega buiten de deur begint te lachen. Snel rond je je ritueeltje af en opent de deur met een rood hoofd. ‘Beter in de wijde wereld dan in een nauw gat, meid’, zegt hij al met zijn neus dichtknijpend. En als trap na krijg je nog een flinke spray van de automatische verfrisser in je nek en ga je de rest van de dag door het leven als een wandelende dennenboom.

Of wat dacht je van schijten in de kroeg. Ons mam heeft altijd geleerd: als je moet, dan moet je. Aan die wijze woorden houd ik mij graag, want de krampen hebben is ook niet alles. En dus ook als ik in de kroeg ben, ben ik niet de beroerdste om daar mijn ding te doen. Maar het liefst wel in alle anonimiteit. Stel je eens voor: Je zit lekker te borrelen met vrienden en jawel, er komt wat aan. Je excuseert je gezelschap even en vertelt nog heel eerlijk ‘dat je even naar de wc moet’. Je probeert wel een beetje vaart te maken want je hebt geen zin in opmerkingen als je te lang weg blijft. Want ja, dan weet iedereen: oooh, die heeft zitten schijten. Maar het nadeel in kroegen is dat het vrijwel nooit om ook andere stamgasten geen verkeerde indruk te geven. Want er staat altijd een lange rij en degene na jou heeft dat altijd door. Net als bij de HEMA. Daar zou je ook incognito moeten lopen om niet herkend te worden als het meisje van die verschrikkelijke odeur.

1 February 2010
By on 15:44